Wie pinot noir zegt, zegt Bourgogne. Logisch, want pinot noir is sinds mensenheugenis dé blauwe druif in deze befaamde en historische Franse wijnregio. Gamay is er ook toegestaan, maar speelt maar een bijrol in vergelijking met pinot noir. In de Bourgogne wordt pinot noir zelden met andere druiven geblend: de enige uitzondering hierop is Bourgogne Passe-Tout-Grains, een blend van pinot noir en gamay. De grootste rode Bourgognes komen uit de Côte de Nuits, net onder Dijon. Hier liggen beroemde dorpjes als Gevrey-Chambertin, Vosne-Romanée en Nuits-Saint-Georges. De Côte de Beaune is weliswaar het meest beroemd om z'n rijke witte Bourgognes, maar ook hier vind je schitterende rode exemplaren, bijvoorbeeld in Savigny-les-Beaune, Pommard en Volnay, maar ook in 'witte' appellaties als Chassagne-Montrachet. In de iets zuidelijker gelegen Côte Chalonnaise kun je mooie Pinots vinden in een iets rijpere, rondere stijl, bijvoorbeeld in Givry of Mercurey. Een aantal van 's werelds meest exclusieve en dure Pinots komen uit de Bourgogne. Een Bourgogne Grand Cru kan soms wel duizenden euro's kosten. Gelukkig is er echter zelfs in deze exclusieve wijnstreek ook nog goede Pinot Noir te vinden die relatief betaalbaar is.