Een andere briljante zet van oprichter Charles Heidsieck was het aanschaffen van zo’n acht kilometer aan in kalksteen uitgehakte kelders, crayères genaamd. Charles vond namelijk dat zijn champagnes niet alleen van de beste kwaliteit druiven moest worden gemaakt, maar ook onder optimale omstandigheden moesten rijpen. Die omstandigheden zijn gewaarborgd in deze schitterende kelders, die soms wel op een diepte van dertig meter onder de grond liggen. Het is er donker, de temperatuur is er constant op tien graden en de luchtvochtigheid is hoog (90%). Precies de omstandigheden die de champagnes nodig hebben tijdens de rijping op fles. Behalve functioneel zijn de crayères ook nog eens oogverblindend mooi. Niet voor niets maken ze deel uit van het Unesco Werelderfgoed. Deze ondergrondse kathedralen zijn op zich al een bezoek aan de Champagne waard!