
Loire-stijl (strak & mineraal)
Zoek je die “schone”, frisse Sauvignon met spanning? Dan is Pouilly-Fumé een topkeuze: strak, verfijnd en heerlijk bij vis of geitenkaas.
Sauvignon Blanc is bijna altijd droog — maar door het fruitige aroma kan hij soms tóch zoet overkomen. Hieronder lees je waar dat aan ligt én welke stijl het beste bij jou past.
Het verschil zit vooral in restsuiker: suiker die na de gisting in de wijn achterblijft. Bij een droge wijn is die restsuiker laag. Bij een (half)zoete wijn is er bewust meer suiker behouden (bijvoorbeeld door de gisting eerder te stoppen).
Belangrijk: je proeft zoet niet alleen door suiker. Rijp fruit, alcohol en zelfs serveertemperatuur kunnen een wijn zachter en “zoeter” doen lijken — terwijl hij technisch nog steeds droog is.
Tip: proef eens twee glazen naast elkaar. Een strak-droge Loire-Sauvignon tegenover een rijpere, rondere stijl maakt het verschil meteen duidelijk.

Sauvignon Blanc is beroemd om z’n aromatische knal: citrus, kruisbes, passievrucht, soms iets “groens” (denk aan buxus of vers gemaaid gras). Als je neus tropisch fruit ruikt, verwacht je automatisch zoet — maar de smaak kan alsnog droog eindigen.
Daarnaast spelen drie dingen mee: (1) rijpheid van de druif (rijper = ronder mondgevoel), (2) vinificatie (bijv. gistrijping kan romiger maken), (3) temperatuur (iets warmer geschonken = zachter en “zoeter”).
Van strak & mineraal tot rond en (licht) zoet: klik door en kies jouw stijl.

Zoek je die “schone”, frisse Sauvignon met spanning? Dan is Pouilly-Fumé een topkeuze: strak, verfijnd en heerlijk bij vis of geitenkaas.

Expressief en sappig, met veel fruit in de neus — maar doorgaans gewoon droog in de finale. Perfect als terraswijn of bij schaal- en schelpdieren.

Een blend maakt het mondgevoel vaak net wat voller en ronder. Fijn als je Sauvignon soms te strak vindt, maar wél fris wilt blijven drinken.

Ideaal bij pittige gerechten of als je net wat ronder wil drinken. Dat kleine restzoetje vangt chili en kruiden mooi op.
De meeste Sauvignon Blanc is droog en super inzetbaar. Maar bij pittig of kruidig eten kan een klein restzoetje juist perfect werken. Dit zijn makkelijke richtlijnen:
Ga voor strak-droog (Loire-stijl). Zuren snijden door het romige en houden alles fris.
Droog en aromatisch (Loire of Marlborough). Perfect bij het groene, kruidige karakter.
Droog, fris en niet te houtig. Denk aan Marlborough: citrusfris, schoon en dorstlessend.
Kies (licht) zoet/off-dry. Dat beetje zoet tempert chili en laat kruiden beter uitkomen.
Meestal wel. De klassieke stijl (Loire, Marlborough) is doorgaans droog. Er bestaan ook varianten met een klein restzoetje of (licht) zoete interpretaties.
Omdat aroma’s (passievrucht, perzik) zoet “suggereren”. In de smaak trekken frisse zuren de wijn weer strak, waardoor hij droog eindigt.
Let op woorden als “lichtzoet”, “restzoet” of “off-dry” in de omschrijving. In de smaak merk je het als de wijn zachter en ronder aanvoelt, met een klein zoetje in de afdronk.
Vaak de strak-minerale Loire-stijlen (zoals Sancerre/Pouilly-Fumé) en veel Nieuw-Zeelandse Sauvignon uit Marlborough (droog, maar heel aromatisch).
Bij pittig werkt (licht) zoet meestal beter: het tempert chili en maakt de combinatie zachter. Droog kan ook, maar kies dan niet té strak en serveer goed gekoeld.
Meestal 8–10°C. Te warm geschonken kan Sauvignon Blanc ronder en “zoeter” lijken; goed gekoeld blijft hij fris en strak.