Beginnersgids · wijn kiezen · proeven · bewaren
Wijn kiezen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Als je snapt waar frisheid, fruit en volheid vandaan komen, herken je jouw stijl razendsnel. Hieronder krijg je een duidelijke routekaart, 4 perfecte starterwijnen én praktische tips.
Stap-voor-stap
Deze aanpak is perfect als je net begint met wijn, maar wel snel zekerder wilt kiezen (online of in de winkel).
Eén fris (citrus/appel) en één zacht (peer/perzik).
Ga voor soepel met zachte tannine (sappig, niet bitter).
Licht en feestelijk is bijna altijd raak (aperitief + hapjes).
Geef 1–10 op: frisheid, fruit, volheid. Noteer 1 favoriete geur.
Koop de volgende keer 1 fles “zelfde stijl” + 1 fles “stapje spannender”.
Resultaat: je weet of jij meer richting fris, zacht, soepel of vol gaat — en kiezen wordt ineens makkelijk.

Smaak
Als beginner is “de beste wijn” vooral: de wijn die jij lekker vindt. Beantwoord dit en je zit meteen in de goede hoek.
Fris = citrus/groene appel. Zacht = rijper fruit en ronder mondgevoel.
Licht = doordrinkbaar. Vol = rijker, warmer, meer “body”.
Fruitig kan droog zijn. Zoet = echt restsuiker (duidelijke zoete afdronk).
Wijntermen
Dit zijn de begrippen die je het vaakst tegenkomt. Als je dit snapt, kun je veel beter “op stijl” kopen.
Geeft spanning en “dorst”. Te weinig = vlak, te veel = scherp.
Stroef mondgevoel (vooral in rood). Soepel rood = lage tannine.
Volheid in je mond: licht → medium → vol.
Fruitig kan droog zijn. Zoet is echte suiker in de wijn.
Proeven

Kiezen zonder stress
Tip: begin met wijnen die “duidelijk” zijn. Daarna ga je vanzelf nuance waarderen.
Onze tips
Deze vier stijlen zijn toegankelijk, herkenbaar en helpen je snel ontdekken wat jij lekker vindt. Proef ze verspreid over een paar avonden en je hebt meteen een solide basis.




Geef elke wijn een score op frisheid, fruit, volheid. Na 4 flessen heb je een verrassend scherp beeld van jouw smaak.
“Droog” verwarren met “niet lekker”. Droog is weinig suiker — een droge wijn kan alsnog heel zacht en fruitig zijn.
Vond je Sauvignon Blanc té fris? Probeer vaker “zacht wit”. Vond je Merlot top? Dan zit je vaak goed met soepel rood.
Praktische tips
Beginner-tool: één goede kurkentrekker en één universeel wijnglas is genoeg.

Combineren
Als je net begint, is wijn & eten combineren vooral: balans. Fris wit bij lichte gerechten, soepel rood bij comfortfood, bubbels bij zoute hapjes… en klaar. Wil je het in één klik zeker weten? Gebruik de Wijn.com wijn-spijswijzer.
Zoek op gerecht of ingrediënt en krijg direct passende stijlen en tips.
Veelgestelde vragen
Kies een stijl met duidelijke, herkenbare smaken: fris & fruitig wit, soepel rood of milde bubbels. Zo leer je het snelst.
Zoet betekent: merkbare restsuiker en een zoete afdronk. Fruitige geuren kunnen ook bij droge wijnen voorkomen.
Wit en bubbels gekoeld, rood iets koeler dan kamertemperatuur. Te warm maakt wijn log; te koud dempt aroma’s.
Nee. Begin met toegankelijke, gebalanceerde wijnen. Als je jouw stijl kent, wordt “meer complex” vanzelf interessant.
Dat komt meestal door tannine. Kies als beginner voor soepel rood en serveer het iets koeler voor een zachtere indruk.
Bubbels met zoute hapjes, of fris wit bij vis en salades. Voor gerichte tips kun je de wijn-spijswijzer gebruiken.
Geschreven door Frank van Harmelen — eigenaar en vinoloog van Wijn.com.
Frank selecteert en proeft wijnen met één doel: kwaliteit die je begrijpt én proeft. Van instapfles tot bijzondere cuvée — altijd met uitleg die helpt kiezen.
Voordelen eigen account