
Varkensvlees is verrassend veelzijdig. Mager of vet, krokant gebakken of langzaam gestoofd, met roomsaus of BBQ-glaze: de bereiding bepaalt of je beter voor fris wit, sappig rood of iets kruidigs kiest.
Mager vlees? Kies soepel en fris (licht rood of rijk wit) zodat het vlees sappig blijft.
Vet of krokant? Ga voor wijn met zuren. Zuur “snijdt” door vet en maakt elke hap lichter.
Saus is de baas. Room → rond en zacht. BBQ/zoet → rijp fruit. Mosterd/zuur → fris en strak.
Varkensvlees zit qua smaak tussen kip en rund in. Het kan mild zijn (varkenshaas) maar ook intens en vet (buikspek). Daarom werkt één “standaard wijn” niet altijd. De sleutel zit in drie knoppen: textuur, kruiding en saus.
Handige vuistregel: hoe donkerder en kruidiger de bereiding, hoe meer body en kruidigheid je wijn mag hebben. Hoe lichter en malser het vlees, hoe meer je wint met frisheid en subtiliteit.
Mild vlees vraagt om wijn die het niet overneemt. Denk aan sappig rood (Merlot-stijl) of een rijker wit met voldoende frisheid. Perfect als je werkt met kruiden, paddenstoelen of lichte jus.
Krokant en zout vragen om frisheid. Kies wit met body of licht rood met zachte tannines. Serveer je er citroen bij? Dan wordt fris wit nóg logischer.
Vet + zoet + rook = wijn met rijp donker fruit en kruidigheid. Niet te tanninerijk, wél genoeg structuur. Dit is waar Zuid-Italië of Bordeaux Supérieur vaak schittert.
Bij langzaam gegaard vlees mag je wijn ook wat dieper en complexer zijn: kruidigheid, een tikje eik, en genoeg body om de saus te dragen.
Vier concrete keuzes die verschillende stijlen varkensgerechten afdekken: van sappig en mild tot kruidig en stevig.




Gebruik de Wijn.com wijn-en-spijswijzer en kies op gerecht, saus of stijl.
Koel rood licht terug (± 14–16°C) bij mager varkensvlees. Dan blijft het fruitig en fris. Rijk wit komt juist mooier uit rond 10–12°C.