
Stoofperen zijn zacht, zoet en kruidig (denk aan kaneel, kruidnagel en soms een vleugje citrus). De beste rode wijn sluit daarop aan: fruitig, warm en niet te stroef.
Let op zoet
Hoe zoeter je stoofperen, hoe ronder/zoeter je wijn mag zijn.
Vermijd harde tannines
Te stroef rood kan “bitter” smaken naast fruit en specerijen.
Match de kruiden
Kaneel/vanille → warm & rond. Citrus → iets frisser rood.
Stoofperen hebben van nature die typische “winterse” smaak: gestoofd fruit, specerijen en vaak een siroopachtige saus. Dat vraagt niet om superkrachtig rood, maar om rood met rijp fruit, zachte structuur en eventueel een zoetje.
Serveer je stoofperen als bijgerecht (bij wild of stoofvlees)? Dan mag je wijn iets droger en steviger zijn. Serveer je ze als dessert (met ijs, slagroom of cake)? Dan is een zoetere, warmere stijl juist perfect.
Ideaal wanneer stoofperen niet té zoet zijn, of wanneer je ze serveert naast hartige gerechten. Denk aan rood met rood fruit, zachte tannines en frisse zuren.
Stoofperen met veel siroop, kaneel en vanille kunnen een wijn met meer body prima hebben. Kies wel voor een stijl met zachte structuur en rijp fruit.
Als je stoofperen echt als dessert serveert, is een zoete rode wijn een gouden match. Het sluit aan op het gestoofde fruit en de kruidigheid, zonder dat je wijn “dunner” wordt naast de zoetheid.
Tawny Port heeft vaak tonen van gedroogd fruit, noten en karamel—precies de smaken die je ook in stoofperen terugvindt. Perfect bij stoofperen met vanille-ijs of noten.
Van elegant fruitig tot warm en zoet: hiermee zit je bijna altijd goed, of je stoofperen nu bijgerecht of dessert zijn.




Gebruik de Wijn.com wijn-en-spijswijzer en kies op gerecht, smaak en stijl.
Proef even de stoofpeersiroop. Is die duidelijk zoet? Ga dan voor een warmere, rondere stijl (liefst met een zoetje). Is het recept juist fris en minder zoet? Dan past fruitig rood vaak beter.